Personeel

Vr de AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen; alleen maar juffen?

Vr de AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen

Bij het ABP kan het pensioen al vanaf de leeftijd van 60 jaar ingaan (ABP Keuzepensioen). Indien medewerkers (gedeeltelijk) met pensioen wensen te gaan vr de AOW-gerechtigde leeftijd, dan moeten zij voortaan rekening houden met het volgende.

Nieuwe fiscale regelgeving
Vanaf 1 juli 2016 zijn de fiscale regels gewijzigd. Wie dan eerder dan vijf jaar vr de AOW-gerechtigde leeftijd geheel of gedeeltelijk met pensioen wil, moet voor het deel dat pensioen wordt ontvangen minimaal een gelijk deel aan bruto-inkomen inleveren.
Dus stel een medewerker gaat voor €5.000 bruto per jaar pensioen ontvangen, dan moet zijn bruto-inkomen met minstens €5.000 per jaar worden verlaagd.
Indien een medewerker (een deel van) zijn pensioen vervroegd in laat gaan zonder dat hij dienovereenkomstig in inkomen achteruitgaat, wordt de hele aanspraak op de vervroegde ingangsdatum belast (conform artikel 19b, lid 1 van de Wet op de loonbelasting).

Hoe te handelen?
Bij aanvraag van een pensioen dat ingaat op of na 1 juli 2016 en eerder dan vijf jaar vr de AOW-leeftijd, moet een zogenoemde intentieverklaring worden afgelegd. Hiermee verklaart de medewerker dat het bruto-inkomen in voldoende mate wordt verminderd. Ook verklaart de medewerker hiermee dat hij, op het moment van de aanvraag, niet van plan is om die uren in de toekomst weer te gaan werken. De intentieverklaring is opgenomen in het aanvraagformulier van het ABP.

Wie vr 1 juli al pensioen heeft aangevraagd dat ingaat op een datum na 30 juni 2016, waarbij het ingangsmoment meer dan vijf jaar vr de AOW-leeftijd ligt, krijgt bericht van het ABP over de nieuwe regels.

Voor wie met pensioen wil op een datum die ligt tussen vijf jaar vr de AOW-gerechtigde leeftijd of later, verandert er niets.

Bron: RAP HRM



Alleen maar juffen?

Op bijna 1100 Nederlandse basisscholen lopen uitsluitend juffen rond, berekende het AD. Verus belde eens wat pabo's. Wat blijkt: tussen de 30 en 40% van hun eerstejaars is man. Die komen af op de kwaliteit van de opleiding. Pabo's zijn het knip- en plakimago voorbij. De meesters komen er dus aan. Nog een paar jaar geduld…

Met een kleine 40% mannelijke eerstejaars, ziet teamleider Bart-Jan Wolters van Hogeschool Windesheim een behoorlijke stijging van jongens op zijn pabo. En ook woordvoerder Elise Veenhuis van Iselinge Hogeschool constateert een trend waarover ze k van collega-pabo's hoort. Pabo's geven aan tussen de 30 en 40% mannelijke eerstejaars binnen te krijgen.

Toelatingseisen helpen mee
Zowel Wolters als Veenhuis noemen het niveau en de kwaliteit van de pabo als belangrijkste reden voor de stijging van het aantal mannelijke studenten. Door toetsing aan de poort kiezen studenten bewuster voor de lerarenopleiding basisonderwijs: ze moeten immers cht iets doen om binnen te komen. "In eerste instantie leidden die toelatingseisen tot een lagere instroom tot de pabo, maar de kwaliteit en de doorstroom is verbeterd", zegt Wolters.

Topleerkrachten
En de pabo stelt niet alleen aan de poort hoge eisen. Wolters: "We zetten in op een hoge verwachting van studenten en een hoge kwaliteit van onderwijs. Dat is wat het werkveld van ons vraagt. En ik denk dat we dat beter voor het voetlicht brengen: Wij willen topleerkrachten opleiden omdat onze kinderen, onze maatschappij dat verdient."

Ambitieuze taal, die mannen aanspreekt
"Knippen en plakken is op ons curriculum niet meer van toepassing", zegt Veenhuis over het imagoprobleem van de pabo onder mannen. "Dit is een serieuze pabo-opleiding. Het is keihard bikkelen."

Ander soort onderwijs
Een andere manier van aanbieden van het onderwijs kan meer jongens trekken. Dat ziet Wolters bijvoorbeeld gebeuren bij Windesheim Teacher College: een lerarenopleiding waarbij de student zelf sterk de volgorde van het curriculum bepaalt. In Almere is 50% van de studenten aan Teacher College man.
Voor de reguliere pabo vermoedt Wolters dat ook de groeiende aandacht voor techniek en beweging in het basisonderwijs kan meespelen in de keuze van jongens voor het vak van leerkracht.

Uitval blijft hoger
Het risico op uitval tijdens hun pabo-studie is onder jongens nog wel groter dan onder meisjes. Zowel Wolters als Veenhuis wijten dat deels aan het studiegedrag van jongens: 'ze zijn over het algemeen minder conscintieus dan vrouwelijke studenten'.

Jongens op de open dag
"Als je eenmaal een stijging hebt, zet die ook automatisch door", ziet Veenhuis: mannelijke studenten maken andere mannen warm voor het vak. Iselinge is daar ook bewust mee bezig: jongens worden ingezet op opendagen, in de fotografie, bij voorlichtingsactiviteiten. Ook is er een project met het voortgezet onderwijs in de regio waarbij derdejaars havo-vwo-leerlingen mogen lesgeven op basisscholen, onder begeleiding van Iselinge-studenten.
Wolters is hoopvol. "Als de pabo's landelijk in staat zijn om deze jongens vast te houden, zal er over vier, vijf jaar een verandering zijn." Want dan studeren de mannen af waar de basisscholen nu zo om zitten te springen.

Bron: Verus